Jaarruimte

De jaarruimte is het bedrag dat je jaarlijks fiscaal vriendelijk in kan leggen voor je aanvullend pensioen. Het is het maximale bedrag dat je in een jaar mag aftrekken als lijfrentepremie om een tekort in pensioenopbouw (van het jaar daarvoor) aan te vullen. Je hebt een pensioentekort als je in een bepaald jaar minder pensioen opbouwt dan nodig is om 70% van je arbeidsinkomen te ontvangen op het moment dat je met pensioen gaat. Je bouwt hiervoor in de eerste pijler (AOW) en vaak ook in de tweede pijler (collectief) al op. Bij berekening van de jaarruimte wordt daar rekening mee gehouden. Vanaf het kalenderjaar waarin je 65 wordt, heb je geen jaarruimte meer. Wel kan dan nog fiscaal vriendelijk worden ingelegd door gebruik van de reserveringsruimte. De formule voor de jaarruimte ziet er als volgt uit: (0,17 x premiegrondslag) – (7,5 x A) – F – S. Hierbij geldt dat: Premiegrondslag: belastbaar loon, winst uit onderneming e.d. min de AOW franchise (2010: € 11.561). A: Pensioenaangroei (van het voorgaande jaar). Deze ‘Factor A’ is terug te vinden op de UPO (Uniform Pensioen Overzicht) F: Netto toename FOR. S: Ingelegde premies voor vrijwillige elementen in een pensioenregeling.